zondag 21 november 2010

Gemiste oproep


“Goedemorgen, ik zie bij mijn gemiste oproepen eentje van gisteren van dit nummer. Wie ben je en wat had je te melden?”, sms’te ik. Af en toe zie ik op mijn mobiele telefoon een gemiste oproep van een onbekend nummer en tot nog toe belde ik meestal terug. Het berust altijd op een misverstand. Ik bel niet meer want wanhopig gezamenlijk zoeken naar een link die er niet is, lijkt vrij zinloos en ook wens ik niet bij relatieperikelen betrokken te raken. Ik belde ooit een mevrouw in het Gooi die de mobiele telefoon van haar man opnam en die ik er vervolgens van moest overtuigen dat ik haar man echt niet kende. Ik heb op mijn sms’je geen reactie gekregen.

Op ons vaste telefoonnummer krijgen we ook af en toe telefoontjes die niet voor ons bedoeld zijn. Het nummer is al zevenentwintig jaar hetzelfde en het staat niet op mijn naam geregistreerd. Twee weken geleden was ik de hele dag op mijn werk en thuis kwamen er vijf of zes zwijgzame telefoontjes binnen. Een goede vriendin suggereerde dat het iemand zou kunnen zijn die recentelijk even plotseling uit mijn leven gestapt was als erin maar ik achtte dat uitgesloten.

Onwillekeurig gingen mijn gedachten terug naar dezelfde periode vijftien jaar geleden. We kregen toen veel van dit soort telefoontjes. Als man of zoon opnam, werd onmiddellijk de verbinding verbroken. Als ik opnam moest ík degene zijn die ophing. De telefoontjes waren duidelijk voor mij bedoeld. En hoe ik ook mijn best deed om een gesprek te forceren, ik kreeg geen reactie. Het was voor mij duidelijk dat het iemand was die me na stond, want ik voelde de telefoontjes al een paar minuten van tevoren aan komen en dat had ik verder alleen bij mijn moeder en zus. Ik sprak mijn vermoeden uit naar een oud-collega van wie ik wist dat hij me miste maar hij ontkende. Mijn veronderstelling was niet uit de lucht gegrepen want op het werk lag immers mijn telefoonnummer dat verder onbekend was. De telefoontjes bleven komen en ik raakte enorm gestrest. Na een paar maanden schreef ik hem nog eens welke gedachten ik erover had en toen kreeg ik een Harry Potterachtige ‘brulbrief’ met serieuze bedreigingen. Als hij ooit nog over me of van me zou horen, dan... Ik wist met wat voor een vader hij was opgegroeid en ik nam deze bedreiging serieus. Een aangifte zou de zaak doen escaleren, dus liet ik me niet meer zien en niets meer van me horen. Wat anderen over me zouden vertellen had ik natuurlijk niet in de hand maar ik hoopte er het beste van en hield me gedeisd. Na de brief was het overigens afgelopen met de telefoontjes.

In januari 2011 is het vijftien jaar geleden dat die brief kwam. Ik vraag me af of wat ik mogelijk verkeerd gedaan heb –al had ik het nog zo voorzichtig geformuleerd- na vijftien jaar niet eindelijk eens verjaard is en of we er nog eens rustig over zullen kunnen praten. Maar durf ik het contact te herstellen? Ik kan het je nog niet zeggen.

Naschrift:
In de zomer van 2011 stond ik tegenover hem, op de Uitmarkt. Hij rekende met me af zonder me te herkennen of wist het heel goed te verbergen. Opeens vroeg ik me af hoe ik ooit zo bang had kunnen zijn en voelde niet meer de behoefte om erover te praten. Daarmee is het voor mij afgerond.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen