woensdag 5 mei 2010

Niet-gedocumenteerde getuigen

Tot voor kort dacht ik dat ik niet in het boek De liefhebber voor zou komen en daarmee paste ik in de familietraditie, dus ik vond het helemaal niet erg. Nu ik er toch in voor kom, moet ik constateren dat ik een beetje met de traditie gebroken heb.


Mijn overgrootvader ging uit Drenthe terug naar Duitsland om tegen de Fransen te vechten tijdens de Frans-Duitse oorlog (1870-1871). Hij stuurde brieven over de veldtocht naar huis, die in het archief van de Rijksuniversiteit Groningen terecht kwamen, maar waaruit -voor zover ik weet- nooit geciteerd is. Hij was een deelnemer en een toeschouwer, maar zijn getuigenis is nooit in het publieke domein te vinden geweest. Door zijn toedoen deed de uitdrukking 'Alles mitgemacht, siebzig und einundsiebzig' in de familie z'n intrede, een uitdrukking die tot op de dag van vandaag gebezigd wordt.

Mijn grootvader speelde een rolletje in de nasleep van het drama rond de moordzaak in Koekange. Als plaatselijke timmerman moest hij, met zijn gereedschap, mee met de arts uit Meppel naar de plaats van het misdrijf om te assisteren bij een zeer primitieve vorm van forensisch onderzoek. Zijn zaagje werd gebruikt en is, nadat het zeer goed was schoongemaakt, nooit meer in actie gekomen en met een mengeling van afschuw en ontzag bewaard. In de smartlap die over de moord gemaakt werd, in het boek van Max van Dendermonde (1989) en beslist ook in de film die op de gebeurtenis gebaseerd is (maar die ik overigens niet heb gezien) komt mijn grootvader niet voor, ook hij was een niet-gedocumenteerde deelnemer en toeschouwer.


Mijn vader werd op latere leeftijd gevraagd om voor het geplande Drents woordenboek het idioom van zijn vakgebied vast te leggen. Hij had toen al een aantal hersenbloedingen achter de rug en zag er uiteindelijk vanaf, waardoor er geen bijdrage van zijn hand in het Drents woordenboek terecht kwam.

Het was dus helemaal in de traditie van mijn familie geweest om niet voor te komen in een roman die als basis een geschiedenis heeft, die me een tijd somber en moedeloos heeft gemaakt. Gelukkig is mijn rol beperkt gebleven tot die van een bijfiguur die slechts twee keer ter sprake komt. Tenslotte was ik een getuige die in het echt geen rol van betekenis heeft gespeeld.

Na de dood van mijn moeder kwam het zaagje in mijn bezit. Mijn zus vond het een afschuwelijk ding en mijn broer wilde geen oude troep. Ik bewaar het met eerbied voor en ter herinnering aan mijn vredelievende grootvader, die zich niet door zijn vader naar Duitsland liet sturen om namens dat land in de Eerste Wereldoorlog te vechten, maar die desondanks toch met de gevolgen van afgrijselijk geweld geconfronteerd werd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen