vrijdag 2 april 2010

Oeroeg: politiek of ‘tempo doeloe’?

Onderstaande blog werd op 26 oktober 2009 geplaatst op de website van de Westfriese bibliotheken ter gelegenheid van Nederland leest. De reacties zijn niet mee verhuisd.

“Hallo, Bandoeng - Ja moeder, hier ben ik", zong mijn vader vroeger graag, een lied van Willy Derby over een moeder die haar zoon in Nederlands Indië belt voordat zij sterft. Het roept hetzelfde weemoedige verlangen op naar het Indië van toen als Oeroeg van Hella Haasse, maar ook De kist van Maria Dermoût en Orpheus in de dessa van Augusta de Wit. De laatste boeken zijn tegenwoordig wat moeilijk verkrijgbaar maar Oeroeg is gelukkig altijd in druk gebleven.

Onlangs hoorde ik op Manuscripta (de feestelijke boekenbeurs in september, ook toegankelijk voor u) dat de uitgeverij KIT Publishing (voorheen Tropeninstituut) Indische damesromans gaat heruitgeven. Mijn favorieten kwamen niet in het rijtje voor, maar zijn dan ook geen echte damesromans. Onder welke noemer vallen de romans dan?
Recent verscheen Oeroeg voor het eerst in het Bahasa Indonesia, de taal van Indonesië. Dat betekent echter niet dat het boek in Indonesië onbekend was. Desgevraagd merkte een Indonesische schrijver in het NRC op dat Oeroeg een politiek boek is en dat de plaats van de schrijver op de barricaden is. Aanleiding voor mij om het boek te herlezen en te zien of ik er nu iets anders dan ‘tempo doeloe’ (letterlijk ‘de tijd van vroeger’) in zag.
Na herlezing blijft bij mij het gevoel van heimwee overheersen. Oké, Oeroeg komt overduidelijk in het verzet terecht en de Nederlandse Lida, die hem financieel ondersteunt, sympathiseert met de onafhankelijkheidsstrijd, maar deze zaken worden niet duidelijk benoemd, slechts voorzichtig aangestipt. Politiek op zijn Indonesisch misschien?

Het woord is nu aan u, die Oeroeg in het kader van ‘Nederland leest’ heeft gelezen, om uw mening te laten horen. Ik ben benieuwd!

donderdag 18 maart 2010

De Morgen

Wat ben je ver. Wat ben je ver. Wat ben je ver van huis! Nu pas herken ik de stem en kijk ik op terwijl ik voorbij De Nieuwe Doelen kom.

Boodschappen doen in Enkhuizen en nog wel op de fiets. Met de wind mee een half uur, met de wind tegen drie kwartier, op een opoefiets zonder versnellingen. En dan een plaatsgenoot tegenkomen, vader van een vriend van de oudste zoon. Vader en zoon zijn dikwijls te vinden waar er getapt moet worden en ik ben, van mijn aanvankelijke verbazing bekomen, niet verrast dat hij De Nieuwe Doelen in wandelt, waar vast wat te tappen valt.

Zomaar een zonnige lentemorgen in een prachtig havenstadje aan de Zuiderzee dat zich, vers bestraat, weer opmaakt voor het toeristenseizoen.

Voorbij het station fietsend zie ik een nieuwe kiosk en meteen bedenk ik dat het donderdag is. Ik stap af en vraag binnen om De Morgen. Wat moet je nou met een Belgische krant, zegt een bezoekster die gezellig bij de verkoopster is gaan zitten. Vanwege de column van een Nederlandse journalist, dé columnist, zeg ik. Ah, die van de Volkskrant? De verkoopster begrijpt me, maar ze heeft 'm niet. Ik besluit het de volgende keer in het centrum te proberen. Met de toeristen op komst gaat het vast een keer lukken, met De Morgen op donderdag.

vrijdag 22 januari 2010

Over de geneugten en het nut van fietsen

Fietsen is heerlijk! Toen ik 9 jaar geleden de overstap maakte van de boekhandel in Amsterdam naar de bibliotheek dicht bij huis, was ik zó blij dat ik alle werklocaties op de fiets bereiken kon. Daarvóór fietste ik alleen tussen Amsterdam CS en Zuid en thuis het stukje van 10 minuten tussen station en woning. Fietsen maakt je geest leeg en opent de deur naar goede plannen en geniale invallen en vergemakkelijkt het analytisch beschouwen van zaken en relaties.


Voor mij is dat niet altijd zo geweest. Mijn eerste racefiets, een zachtblauwe Peugeot, was voornamelijk bedoeld voor vakanties. Perfect geschikt voor het verharde wegdek in Nederland en België. In de zandverstuivingen van Zuidwest-Drenthe daarentegen kom je met die dunne bandjes niet zo ver. Zo’n vakantie leverde me trouwens mijn eerste en enige handtekening van een wielrenner op. Mijn zwager daagde me uit –‘dat durf jij toch niet’- om een handtekening aan Hennie Kuiper te vragen. Hij had, op de dag dat we hem tegenkwamen in de ‘Ronde van Nederland’, niet goed gereden, maar niettemin zette hij welwillend zijn handtekening. Alles voor de fans.

Later ontdekte ik dat fietsen ook therapeutisch werkt. Na de komst van een huilbaby, die de relatie onder druk zette, leerde ik met ’s avonds laat fietsen die ‘steen’ van mijn borst te duwen. De meiden van de zwangerschapsgymnastiek (nog steeds een gezellig clubje om eens per jaar mee te gaan eten) vonden mijn nachtelijk escapades in de verkaveling maar eng en probeerden me op andere gedachten te brengen. Na de aanranding van een achternichtje bij de oude koekfabriek stak ik toch maar iets scherps bij me, maar zag niet van mijn fietstochten af, vastbesloten niet toe te geven aan angst. Des te zwaarder het gemoed, des te verder de fietstocht. Het hielp, al was het goed dat ik later ‘s winters tevens mijn toevlucht kon nemen tot een Bright Light, die m’n gebrek aan onmisbaar daglicht goedmaakte.

Ik was niet de enige die baat had bij therapeutisch fietsen. De psychiatrische hospita bij wie ik inwoonde, toen ik in Utrecht Frans ging studeren, bekende dat ze menigmaal in tijden van crisis op de fiets gestapt was om pas na een paar dagen terug te keren, daarbij overnachtend bij toevallige mensen bij wie ze aanbelde als ze moe was. Mijn grootvader (boer en rietdekker én organist in de kerk), zeer godvruchtig en dominant, kon niet voorkomen dat twee van zijn dochters móesten trouwen, ondanks hun angst voor hem. Voor hem een reden om al wandelend voor een paar dagen te verdwijnen in de jaren twintig van de vorige eeuw. Had hij een fiets gehad, dan had hij beslist de fiets genomen!

Nu ik voor het eerst sinds jaren –uitgerekend de dag ná ‘blue Monday’- weer in een winterdepressie terecht kwam, heb ik naast het zitten voor de daglichtlamp met een goed boek ook de fietstherapie weer van stal gehaald, geënthousiasmeerd door ‘toys for boys’-twitteraars die met de nieuwste modellen bezig zijn. Dat gaat me iets te ver. Een nieuwe racefiets wil ik wel overwegen, maar ik steek er geen honderden euro’s in. Ik sluit overigens niet uit dat ik nog eens op een Tacx zit, maar dan wel met een dvd van Frankrijk erin en een Diabolo menthe binnen handbereik…

Links:
definitie Diabolo menthe
titelsong van Yves Simon voor de film Diabolo menthe
de Tacx, wonder van vernuft

maandag 15 juni 2009

Ding 23 Evaluatie

Enkele van de 23dingen die niet nieuw voor mij waren zoals Twitter, Flickr, online plaatjes bewerken, online muziek beluisteren, podcasts en vodcasts, zal ik blijven gebruiken, maar Twitter en muziek blijven daarvan favoriet.
Nieuwe favorieten zijn bloggen en sociale netwerken.
Het oefenen van dingen, ook als je er wat minder in zag, heeft de blik op Web 2.0 wel verruimd. Collega’s zijn duidelijk enthousiast geworden en ervan overtuigd dat we ‘dingen’ moeten gaan gebruiken in onze bibliotheken. Welke dingen dat dan zijn, daar zijn we vast nog niet zo snel uit. Twitter zal het vast niet worden, want na het uitproberen heb ik maar een paar collega’s frequent zien tweeten.
Librarything was me wel al enigszins bekend, maar heeft me toch nog verrast. Door de toepassing van boekcovers –hetgeen meer tot de verbeelding spreekt dan louter letters- is het verfrissend en het oogt mooi. Graag zie ik hiervan een toepassing voor onze bibliotheken.
Kan er iets verbeterd worden aan 23dingen? Toen we begonnen, vond ik dat Twitter ontbrak. Dat is inmiddels toegevoegd en ik weet niet of we nog iets gemist hebben wat er ook nog in had gemoeten.
23 Dingen was voor mij leerzaam en tijdrovend, maar zeer de moeite waard. Hulde aan de maakster, vertaler en toepassers van deze cursus!

Ding 22 Bibliotheek 2.0

Afgelopen zaterdag hoorde ik in het radioprogramma Radioonline (ook op Twitter) een twitterende dominee (of was het een pastoor?)van Kerk 2.0. Hij had z’n nieuwe functie verkondigd in een gezelschap waarvan de aanwezigen hem wat glazig aangekeken hadden toen hij 2.0 uitlegde. Ik zie dat helemaal voor me. Wij zijn helemaal klaar voor 2.0, maar is ons publiek dat ook al? Sommige bibliotheken zijn enthousiast begonnen met Twitter –je moet toch ergens beginnen nietwaar- maar er zal heel wat promotie voor nodig zijn om je publiek daadwerkelijk aan het twitteren te krijgen. Misschien ben ik te sceptisch wat het publiek betreft. In ieder geval vind ik dat we web 2.0 in moeten zetten om ons publiek ook op een andere manier tegemoet te treden. We willen meer publiek en bij nieuwe ontwikkelingen willen we niet achter blijven.
Ook het platform van Bibliotheek 2.0 moeten we benutten om onszelf en elkaar te inspireren. In één van mijn vorige blogs verklaarde ik al op Bibliotheek 2.0 deel te hebben genomen aan een discussie. Ik heb rondgesnuffeld en me aangemeld voor de groep Digitaal Inlichtingenwerk. Daar is een levendige discussie over delicious en het archiveren en delen van ‘kennisdingetjes’ aan de gang. Daar rolt vast wel iets goeds uit. Nu we elkaar kunnen vinden, moeten we er iets zinnigs mee doen. Voorwaarts 2.0 dus, kameraden.

Ding 21 Sociale bibliotheekcatalogi

Allereerst de begeleidende tekst van Ding 21 doorgelezen en de links gevolgd.
Wat heeft die Ann Arbor District Library een fijne catalogus, met al die extra‘s. Je zou dat ook voor je eigen catalogus willen. We maken echter nog geen gebruik van Aquabrowser op onze eigen bibliotheekwebsite. We hebben het er de afgelopen weken wel over gehad, maar het schijnt nog op enkele technische problemen te stuiten. Eén van de middelbare scholen in ons werkgebied benaderde ons of wij de Aquabrowser gebruikten, want dan konden ze nu onze catalogus opnemen in hun eigen mediatheekcatalogus, zodat leerlingen die in de mediatheek iets opzoeken, meteen toegang tot onze catalogus hebben. Het leek mij de aangewezen mogelijkheid om meer scholieren binnen te halen in onze bibliotheken. Laten we hopen dat er voor die technische problemen een oplossing gevonden wordt.
Bij WorldCat heb ik een account aangemaakt. Het zou een geweldige uitvinding zijn als alle Nederlandse bibliotheken meedoen. Als ik iets opzoek, blijken de meest nabije bibliotheken de OBA en de stadsbibliotheek van Haarlem te zijn, alleen grote bibliotheken dus. Ik zou ervoor willen pleiten dat we allemaal meedoen. Dan heeft de klant er ook meer aan.
Daarna heb ik bekeken bij de OBA hoe ‘My Discoveries’ in zijn werk gaat.
Om te oefenen even een boek over Italië opgezocht (ik heb net mijn vakantie geboekt) en tags toegevoegd. Ik ben enthousiast, al lijkt het wel wat veel om Librarything èn WorldCat èn 'My Discoveries' te gebruiken.

zondag 7 juni 2009

Ding 20 Muziek online beluisteren

Toen ik in januari j.l. begon met Twitter, vond ik vrijwel meteen op aanraden van mijn zoon 'Last FM' en even later 'blip.fm'. Helaas is mijn Last FM account beëindigd toen er voor betaald moest worden en ik ben er nog steeds niet uit of ik een betaalde account zal nemen. Het was wel erg prettig om naar cajunmuziek te kunnen luisteren terwijl ik achter de computer zat. Ik heb ingelogd op de account van 23dingen en een aantal cajunsongs toegevoegd.

Op blip.fm heb ik op mijn eigen account ingelogd en ook nog een paar mooie cajun/zydeco-songs gezocht bij mijn favoriete dj’s en gereblipt via Twitter en de laatste dj ook nog een ‘prop’ gegeven. Ik maak tevens gebruik van www.tribeofnoise.com , een rechtenvrije muzieksite, maar daar kan ik niet voor cajunmuziek kiezen, wel voor roots.
Ik heb Deezer geïnstalleerd, een Nederlandse muziekcommunity (goede muziek maar ook video’s), imeem zou ook nog kunnen, die is weer internationaal. Je kunt natuurlijk ook last FM blijven luisteren door een buitenlandse proxyserver te gebruiken (zie blog van mijn zoon). Ik ben niet zo van de proxy's.
Ik heb tenslotte nog even Grooveshark verkend. Deze lijkt me ook prima. Wat je beluistert, kun je in je tweets laten terugkomen.
Of ik toepassingen zie voor de bibliotheek? Het voorbeeld van zoeken.bibliotheek.be verdient wel navolging, vind ik. Heel informatief.